In dit hoofdstuk leest u hoe u de huidige status van het apparaat controleert en hoe u geavanceerde instellingen instelt. Lees dit hoofdstuk aandachtig door zodat u de verschillende functies van het apparaat optimaal kunt gebruiken.
In dit hoofdstuk vindt u de volgende onderwerpen:
|
|
|
Afhankelijk van uw opties of model zullen sommige menu’s mogelijk niet op het display verschijnen. Als dit het geval is, zijn deze opties niet van toepassing op uw apparaat. |
Het apparaat beschikt over diverse opties voor het instellen van het faxsysteem. Deze opties kunnen door de gebruiker zelf worden ingesteld. U kunt de standaardinstellingen naar wens aanpassen.
De faxinstellingen wijzigen:
Druk op
(Faxen) op het bedieningspaneel.
Druk op op het bedieningspaneel.
Druk op de pijl-links/rechts tot verschijnt en druk op .
Druk op de pijl-links/rechts tot de gewenste faxinstelling verschijnt en druk op .
Druk op de pijl-links/rechts tot de gewenste optie verschijnt en druk op .
Druk op de pijl-links/rechts tot de gewenste status verschijnt of voer de waarde voor de geselecteerde optie in en druk op .
Herhaal indien nodig stappen 4 tot en met 6.
Druk op om terug te keren naar de stand-bymodus.
|
Optie |
Beschrijving |
|---|---|
|
|
U kunt het aantal kiespogingen opgeven. Als u 0 invoert, vinden er geen nieuwe kiespogingen plaats. |
|
|
Als de lijn van de ontvangende fax bezet is kan uw apparaat het faxnummer automatisch opnieuw kiezen. U kunt het interval tussen de kiespogingen instellen. |
|
|
U kunt een prefix van maximaal vijf cijfers instellen. Dit nummer wordt dan altijd gekozen voordat er een automatisch kiesnummer wordt gevormd. Dit is nuttig om toegang te krijgen tot een telefooncentrale. |
|
|
Deze modus compenseert waar nodig de slechte kwaliteit van een telefoonlijn en zorgt ervoor dat uw faxen probleemloos naar elk faxapparaat met ECM-functie worden verstuurd. Een fax versturen met ECM kan langer duren. |
|
|
U kunt uw apparaat zodanig instellen dat het een verzendrapport afdrukt dat aangeeft of de verzending is gelukt en hoeveel pagina’s er zijn verzonden. De beschikbare opties zijn , en . Als u deze laatste optie selecteert, wordt er alleen een rapport afgedrukt als de verzending mislukt is. |
|
|
Via deze functie weten gebruikers welke faxberichten zijn verstuurd via verzonden berichten in het verzendrapport. Van de eerste pagina van het bericht wordt een afbeeldingsbestand gemaakt dat wordt afgedrukt op het verzendrapport, zodat de gebruikers kunnen zien welke berichten zijn verstuurd. U kunt deze functie echter niet gebruiken als u faxen verzendt zonder de gegevens in het geheugen op te slaan. |
|
|
Deze instelling is niet in alle landen beschikbaar. Als deze optie niet beschikbaar is, ondersteunt het apparaat deze functie niet. U kunt de kiesmodus voor het apparaat instellen op toon- of pulskiezen. Het kan zijn dat u moet kiezen als u een openbaar telefoonsysteem of een bedrijfscentralesysteem hebt. Neem contact op met de lokale telefoonmaatschappij als u niet zeker weet welke kiesmodus er gebruikt moet worden. Als u selecteert, zijn mogelijk niet alle functies van het telefoonsysteem beschikbaar. Ook kan het kiezen van een fax- of telefoonnummer langer duren. |
|
Optie |
Beschrijving |
|---|---|
|
|
Hier kunt u de standaardmodus voor het ontvangen van faxen selecteren. Zie De ontvangstmodus wijzigen voor meer informatie over het ontvangen van faxen in elke modus. |
|
|
U kunt opgeven hoe vaak het apparaat moet overgaan voordat een inkomende oproep wordt beantwoord. |
|
|
Met deze optie drukt het apparaat automatisch het paginanummer en de ontvangstdatum en -tijd af op iedere pagina van een ontvangen fax. |
|
|
Met deze code kunt u een fax ontvangen vanaf een bijkomend telefoontoestel dat aangesloten is op de EXT-uitgang aan de achterkant van het apparaat. Als u de hoorn van het telefoontoestel opneemt en faxtonen hoort, voert u de code in. De code is voorgeprogrammeerd op *9*. |
|
|
Wanneer u een fax ontvangt met pagina’s die even lang zijn als of langer zijn dan het papier in de papierlade, kan het apparaat het formaat van het origineel verkleinen en zo aanpassen aan het formaat van het papier in het apparaat. Schakel deze functie in als u een inkomende pagina automatisch wilt laten verkleinen. Wanneer deze functie ingesteld is op kan het apparaat het origineel niet verkleinen zodat het op één pagina past. Het origineel wordt opgedeeld en in het oorspronkelijk formaat op twee of meer pagina’s afgedrukt. |
|
|
Als u een fax ontvangt met pagina’s die even lang of langer zijn dan het papier in uw apparaat, kunt u het apparaat zo instellen dat een bepaald gedeelte aan het eind van de ontvangen fax niet wordt afgedrukt. Het apparaat drukt de ontvangen fax op één of meer vellen papier af, zonder de gegevens die op het opgegeven genegeerde gedeelte zouden hebben gestaan. Als de ontvangen fax pagina’s bevat die groter zijn dan het papier in uw apparaat en als is ingeschakeld, zal het apparaat de fax zodanig verkleinen dat de volledige fax op het papier past. |
|
|
Deze instelling is niet in alle landen beschikbaar. Als deze functie is ingeschakeld, worden faxen geweigerd die afkomstig zijn van externe nummers die in het geheugen zijn opgeslagen onder ongewenste faxnummers. Deze functie is handig om ongewenste faxberichten te blokkeren. Als u deze functie inschakelt, krijgt u toegang tot de volgende opties om ongewenste faxnummers in te voeren.
|
|
|
Deze instelling is niet in alle landen beschikbaar. In deze modus kan de gebruiker een enkele telefoonlijn gebruiken om oproepen naar verschillende telefoonnummers te beantwoorden. In dit menu kunt u het apparaat zo instellen dat het herkent welke belpatronen moeten worden beantwoord. Zie Faxen ontvangen in DRPD-modus voor meer informatie over deze functie. |
|
Optie |
Beschrijving |
|||
|---|---|---|---|---|
|
|
Het wijzigen van de resolutie-instellingen heeft gevolgen voor het uiterlijk van het ontvangen document.
|
|||
|
U kunt de standaardcontrastmodus selecteren en het contrast aanpassen om de fax lichter of donkerder te maken. |
U kunt het apparaat zo instellen dat een rapport wordt afgedrukt met gedetailleerde informatie over de 50 laatste faxen (zowel verzonden als ontvangen), met vermelding van datum en tijd.
Zie Automatisch een verzendrapport afdrukken voor meer informatie.
Voor kopieën kunt u op voorhand diverse opties instellen.
Druk op
(Kopiëren) op het bedieningspaneel.
Druk op op het bedieningspaneel.
Druk op de pijl-links/rechts tot verschijnt en druk op .
Druk op de pijl-links/rechts tot de gewenste kopieerinstelling verschijnt en druk op .
Druk op de pijl-links/rechts tot de gewenste optie verschijnt en druk op .
Druk op de pijl-links/rechts tot de gewenste instelling verschijnt en druk op .
Herhaal stappen 4 tot en met 6 tot u klaar bent.
Druk op om terug te keren naar de stand-bymodus.
|
Optie |
Beschrijving |
|---|---|
|
|
U kunt het aantal kopieën wijzigen met behulp van het numerieke toetsenblok. |
|
|
U kunt het apparaat zo instellen dat de kopieën worden gesorteerd. Zie De vorm van het gekopieerde resultaat bepalen voor meer informatie. |
|
|
Hiermee verkleint of vergroot u een gekopieerde afbeelding. |
|
|
Hiermee past u de helderheid aan om een kopie te verkrijgen die beter leesbaar is als het origineel onduidelijke markeringen en donkere afbeeldingen bevat. |
|
|
Hiermee verbetert u de kopieerkwaliteit door het documenttype voor de huidige kopieertaak te selecteren. |
U kunt een rapport afdrukken met de configuratie van het apparaat, een lijst met lettertypen, enzovoort.
Druk op op het bedieningspaneel.
Druk op de pijl-links/rechts tot verschijnt en druk op .
Druk op de pijl-links/rechts tot verschijnt en druk vervolgens op .
Druk op de pijl-links/rechts tot het gewenste rapport of de gewenste lijst verschijnt en druk vervolgens op .
Selecteer om alle rapporten af te drukken.
Druk op wanneer verschijnt om het afdrukken te bevestigen.
De geselecteerde informatie wordt afgedrukt.
|
Optie |
Beschrijving |
|---|---|
|
|
In deze lijst staat de status van de opties die door de gebruiker kunnen worden ingesteld. U kunt deze lijst afdrukken om de in de instellingen aangebrachte wijzigingen te bevestigen. |
|
|
Deze lijst toont alle in het geheugen van het apparaat opgeslagen faxnummers. |
|
|
Dit rapport vermeldt het faxnummer, het aantal pagina’s, de verzendduur, de communicatiemodus en het resultaat van de communicatie voor een specifieke faxtaak. U kunt uw apparaat zo instellen dat het na elke faxtaak automatisch een verzendrapport afdrukt (zie Verzending). |
|
|
Dit rapport bevat informatie over de faxberichten die u recent hebt verzonden. U kunt het apparaat zo instellen dat na elke 50 communicaties een rapport wordt afgedrukt (zie Verzending). |
|
|
Dit rapport bevat informatie over de faxberichten die u onlangs hebt ontvangen. |
|
|
Deze lijst toont de documenten voor de uitgestelde faxen die momenteel in het geheugen zijn opgeslagen, samen met de begintijd en de aard van elke bewerking. |
|
|
In deze lijst staan de faxnummers die zijn opgegeven als ongewenste faxnummers. Ga naar het menu Instelling ongewenste faxen om nummers aan de lijst toe te voegen of uit de lijst te verwijderen (zie Ontvangst). |
|
|
Deze lijst toont informatie over de netwerkverbinding en -configuratie van uw apparaat. |
|
|
|
U kunt de statusinformatie van het apparaat ook afdrukken of controleren met SyncThru™ Web Service. Open de webbrowser op een computer die is aangesloten op het netwerk en typ het IP-adres van het apparaat. Als SyncThru™ Web Service wordt geopend, klikt u op > . |
U kunt kiezen welke in het geheugen opgeslagen informatie u wilt wissen.
Druk op op het bedieningspaneel.
Druk op de pijl-links/rechts tot verschijnt en druk op .
Druk op de pijl-links/rechts tot verschijnt en druk op .
Druk op de pijl-links/rechts tot het gewenste item verschijnt en druk op .
Druk op wanneer verschijnt om het wissen te bevestigen.
Herhaal stappen 4 tot en met 5 om een ander item te wissen.
Druk op om terug te keren naar de stand-bymodus.
|
|
|
Afhankelijk van uw opties of model zullen sommige menu’s mogelijk niet op het display verschijnen. Als dit het geval is, zijn deze opties niet van toepassing op uw apparaat. |
|
Optie |
Beschrijving |
|---|---|
|
|
Wist alle gegevens uit het geheugen en herstelt de standaardinstellingen. |
|
Herstelt alle standaard faxopties. |
|
|
Herstelt alle standaard kopieeropties. |
|
|
Herstelt alle standaard scanopties. |
|
|
|
Herstelt alle standaard systeemopties. |
|
|
Herstelt alle standaard netwerkopties. |
|
|
Wist alle in het geheugen opgeslagen faxnummers. |
|
|
Wist alle informatie over verzonden faxberichten. |
|
|
Wist alle informatie over ontvangen faxberichten. |
U kunt de netwerkinstellingen opgeven via het display van het apparaat. Voor u dit doet, moet u informatie hebben over de netwerkprotocollen en het computersysteem die worden gebruikt. Als u niet weet welke instelling u moet gebruiken, neemt u contact op met uw netwerkbeheerder om het apparaat voor het netwerk te configureren.
Druk op op het bedieningspaneel.
Druk op de pijl-links/rechts tot verschijnt en druk op .
Druk op de pijl-links/rechts tot de gewenste optie verschijnt en druk op .
Druk op de pijl-links/rechts tot de gewenste instelling verschijnt en druk op .
Herhaal stappen 3 tot en met 4 tot u klaar bent.
Druk op om terug te keren naar de stand-bymodus.
|
Optie |
Beschrijving |
|||
|---|---|---|---|---|
|
Selecteer het protocol en de configuratieparameters die u wilt gebruiken in de netwerkomgeving.
|
||||
|
|
Selecteer deze optie om gebruik te maken van een IPv6-netwerkomgeving (zie IPv6-configuratie). |
|||
|
|
Hiermee kunt u de transmissiesnelheid van het netwerk configureren. |
|||
|
|
Hiermee configureert u een draadloze netwerkomgeving (zie Een draadloos netwerk instellen vanaf het bedieningspaneel). |
|||
|
|
Hiermee zet u de standaardnetwerkinstellingen terug. |
|||
|
|
Deze lijst toont informatie over de netwerkverbinding en -configuratie van uw apparaat. |
Het bedieningspaneel biedt toegang tot verschillende menu’s voor de instelling van het apparaat en het gebruik van de functies van het apparaat. Druk op om toegang te krijgen tot deze menu’s.
|
|
|
Afhankelijk van uw opties of model zullen sommige menu’s mogelijk niet op het display verschijnen. Als dit het geval is, zijn deze opties niet van toepassing op uw apparaat. |
|
Items |
Optie |
|---|---|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|